Decaan
![]()

Prof.dr.ir. Jacco M. Hoekstra
Technische Universiteit Delft
Faculteit Luchtvaart en Ruimtevaarttechniek
Kamer 7.21
Kluyverweg 1
2629 HS Delft
(T) +31 15 27 87587
(E) j.m.hoekstra@tudelft.nl
Wat kost de langstudeerder de maatschappij?
In het regeerakkoord worden de langstudeerders en hun universiteiten hard aangepakt: Als studenten meer dan een jaar vertraging hebben, moeten ze als boete 3000 euro extra collegegeld betalen, wat in totaal neerkomt op bijna 5000 euro collegegeld per jaar. Als voornaamste reden voor deze maatregel wordt gesteld dat studenten, die langer over hun studie doen, de maatschappij te veel kosten. Is dat wel zo?
Alle onderwijsinstellingen hebben de verantwoordelijkheid om te zorgen dat er een curriculum is dat in de nominale tijd kan worden afgerond. Toch doen een groot aantal studenten er wat langer over. In de discussie wordt vaak gesproken over de langstudeerder als een luie, brallerige student die op kosten van de maatschappij bier drinkt in de studentensociëteit. Dit is niet de echte reden voor de voorgestelde maatregel. De echte achtergrond van de maatregel is een gewone bezuiniging. Als deze bezuiniging niet wordt gehaald met deze maatregel, bijvoorbeeld doordat veel studenten opeens snel gaan studeren en er geen boetes geïnd worden, zal de bezuiniging gewoon anders worden gehaald: Het kabinet is van plan om dan de universiteitsbijdrage van de overheid te korten met hetzelfde bedrag dat het kabinet hoopte op te halen met het beboeten van langer studeren.
Het stimuleren van sneller studeren en beboeten van langstudeerders is dus slechts een schijnargument, dat dient als verdediging om deze maatregel sympathieker voor te stellen: als er iemand op moet draaien voor ons overheidstekort, laat het dan de langstudeerders maar zijn want die kosten ons toch al zo veel geld”.
Ook al is het dus niet de echte reden, toch hecht ik eraan dit beeld te corrigeren, al is het maar om het daarna over de werkelijke discussie te hebben: willen we wel nog verder bezuinigen op het hoger onderwijs, op de toekomst van onze kenniseconomie? Ook heeft de voorgestelde aanpak een zeer schadelijk neveneffect.
Als eerste: de langstudeerder kost u vrijwel niets, alleen als het uw zoon of dochter betreft. Als iemand langer studeert betekent dat meestal dat hij of zij het moeilijk vindt. Als van een vak het tentamen niet in één jaar gehaald wordt, betekent dit een jaar vertraging. De extra belasting voor de onderwijsinstelling is echter zeer gering: de studenten volgt immers meestal de colleges of practica maar één keer. Het enige extra werk is het nogmaals nakijken van een tentamen. Enige minuten werk, soms gedaan met behulp van een onderwijsassistent of promovendus, en slechts een zeer gering deel van de onderwijslast voor de universiteit.
Voor de onderwijsinstelling zit het verschil tussen de belasting van een snelle student en een langzame student dan ook alleen maar in de tijdlijn: de belasting wordt uitgesmeerd over meer jaren, maar neemt in totaal niet of nauwelijks toe. Het aantal studiepunten, dat gehaald wordt, verandert niet en dit is een betere maat voor de inspanning van de onderwijs instelling en dus de kosten, dan hoe ze in de tijd verspreid liggen. Universiteiten worden ook voor studenten maar gefinancierd voor het aantal jaren dat het curriculum nominaal duurt. De studiefinanciering houdt ook op na maximaal 5 jaar, wat de tijd is die een goede student over zijn technische studie doet. Het langer studeren kost de belastingbetaler dus niets.
Het enige effect op de staatskas is, dat iemand die enkele jaren langer studeert, pas later inkomstenbelasting gaat betalen en pas één of twee jaar later zijn bijdrage aan onze economie kan leveren. Deze manier van denken zou ook pleiten voor het aanpakken van mensen, die niet of gedeeltelijk gaan werken, of die naar het buitenland gaan, iets wat we nu als een onderdeel van de individuele vrijheid beschouwen. Deze manier van denken suggereert ook dat de overheid er niet voor de burgers is maar omgekeerd. Voor de meeste burgers is belasting betalen echter niet het hoogste doel van het leven. En gederfde, mogelijke inkomsten is niet hetzelfde als werkelijke kosten.
De enigen, die extra kosten hebben, zijn de ouders. Zij zullen wel langer moeten betalen als hun zoon of dochter langer studeert. Dit maakt het sneller of langzamer studeren dus een zaak tussen ouder en kind, waarover zij goede afspraken moeten maken. Er zijn ouders, die het prima vinden als hun kind wat langer doet over een moeilijke studie maar daardoor later een betere opleiding genoten heeft. Mensen, die zeggen liberaal te zijn of het woord vrijheid in de naam van hun partij voeren, past het niet om als overheid hier met torenhoge boetes zo hard in te grijpen.
Wat deze maatregel zeker zal bevorderen, is dat er minder mensen gaan studeren, nl. alleen zij die een financieel risico kunnen nemen, maar ook dat er meer studenten zullen uitvallen. Beide effecten zijn zeer schadelijk voor onze kenniseconomie. Het negatieve, lange termijn effect van deze maatregel op onze kenniseconomie zal dan ook veel groter zijn dan de op korte termijn behaalde winst voor de staatskas.
Kortom: gebruik geen ondeugdelijke schijnargumenten over kosten van langstudeerders die er in werkelijkheid niet zijn. En bezuinig niet op onze toekomst. Op een gegeven moment raakt de kaasschaaf de korst, dus bezuinig niet nog meer op onze kenniseconomie.
Prof.dr.ir. Jacco Hoekstra
Decaan Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek
Technische Universiteit Delft
(heeft zelf 5 jaar en 3 maanden over zijn studie gedaan)


