Hester Bijl

Naam?

Prof. dr. ir. drs. Hester Bijl.

Functie?

Hoogleraar Numerieke Stromingsleer, afdelingsvoorzitter Aerodynamica, Windenergie, Vliegprestaties en Voortstuwing, voorzitter van het Delft Energy Initiative en onder meer lid van de Raad van Toezicht van het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN).

Privé?

‘Ik woon samen en heb twee zoons van 8 en 9 jaar. In mijn vrije tijd hou ik me graag met de kinderen bezig. Spelletjes doen vind ik heerlijk! Ook salsa dansen is een van mijn passies, maar het ontbreekt me helaas vaak aan tijd. Lezen doe ik wel veel, het liefst Engelse literatuur. Naast Technische Wiskunde bij de TU Delft heb ik tenslotte ook Engelse Taal en Letterkunde aan de Universiteit Leiden gestudeerd. Verder kan ik erg genieten van een avondje film kijken in de bioscoop met mijn partner. In de zomervakantie gaan we meestal met ons gezin kamperen in Frankrijk, vanwege het lekkere weer daar.’

Mooiste gebeurtenis uit uw carrière?

‘Dat zijn er eigenlijk meerdere. Zo was ik superblij met de VIDI-subsidie die ik in 2005 kreeg van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Daarmee kon ik onderzoek doen naar nauwkeurigere rekenmodellen voor het voorspellen van krachten op windturbinebladen. Heel bijzonder vind ik ook mijn benoeming in 2005 tot bestuurslid van De Jonge Akademie, opgericht door De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). En niet te vergeten: mijn aanstelling in 2006 tot Antoni van Leeuwenhoek-hoogleraar voor de leerstoel Aërodynamica. Daarmee werd ik de eerste vrouwelijke hoogleraar bij de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek.’

Grootste uitdaging?

‘Om alles wat ik doe in 24 uur te stoppen; ik kom steevast tijd tekort. Als het inhoudelijk over werk gaat, kom ik op het onderzoek van mijn groep om beter inzicht te krijgen in luchtstromingen rondom vliegtuigvleugels en windturbines. Collega’s verrichten de metingen daaraan, ik doe de wiskundige berekeningen. De verschillen die daar tussen zitten, proberen we te verkleinen. De ultieme uitdaging is om hun metingen en mijn wiskundige berekening in één simulatie te combineren, in plaats van de eindresultaten met elkaar te vergelijken. Dat is een grote stap. In dit vak heb je namelijk van oudsher de meters enerzijds en de rekenaars anderzijds. Wij proberen tot elkaar te komen om betrouwbaardere voorspellingen te kunnen doen. Het is uniek dat we hier zowel briljante rekenaars als meters hebben, en dat we over betere methodes en onderzoeksfaciliteiten beschikken dan elders. Feitelijk zitten we hier op goud; nu moeten we de zaken alleen nog in elkaar schuiven.’

Een andere uitdaging heeft alles met de toekomst van de luchtvaart te maken, namelijk: waar halen we de energie vandaag om over 50 tot 100 jaar nog steeds te kunnen vliegen? Een nijpende, maar ook boeiende kwestie. Eén voordeel: de L&R faculteit van de TU Delft is de grootste in z’n soort in de wereld, dus we zijn goed toegerust om over dit probleem na te denken.’

Leukste aan uw werk?

‘De afwisseling. Als ik onderwijs geef bijvoorbeeld, heb ik met enthousiaste, slimme jonge mensen te maken, die bijzonder leergierig zijn. In mijn onderzoekswerk heb ik de kans om meer te leren begrijpen, samen met een team van collega’s, promovendi, etc. Het schrijfwerk dat ik in toenemende mate doe, ga ik steeds leuker vinden. Als afdelingsvoorzitter en als voorzitter van het Delft Energy Initiative mag ik nadenken over de richting waar we naartoe willen en hoe we mensen het beste verder kunnen ontwikkelen. En tot slot is er nog het internationale aspect: de samenwerking over de hele wereld, spreker mogen zijn op internationale podia, symposia bezoeken. In mijn diverse hoedanigheden vind ik kortom een interessante mix van activiteiten.’

Waarom Delft?

‘Delft biedt complexe, maar tegelijkertijd wel nuttige problemen om op te lossen. We onderzoeken niet om het onderzoeken, maar om een bijdrage te leveren aan de maatschappij. Ik vind het ontzettend leuk om daar aan te puzzelen, al is er soms veel tijd mee gemoeid! Wat ik mooi vind, is dat we hier een topinfrastructuur hebben en goede mensen die graag samenwerken. Men is hier bovendien zeer gedreven. We zitten elkaar gerust om 1.00 uur ’s nachts nog slimme dingen te mailen om Delft, de studenten en het onderzoek verder te brengen. Ook vind ik de Delftse stijl prettig. Die is heel direct, we zeggen gewoon waar het op staat. Uniek aan Delft is verder het type student: ze zijn slim, maar ook heel ondernemend. Ze ontplooien voortdurend nieuwe initiatieven. Neem de Energy club: dat is een bijzonder inspirerende en bruisende omgeving. Of neem de eerstejaars. Zelf zie ik ze na een half jaar in mijn collegegaal voor het eerst. Ze zitten dan vol ideeën en vragen me of ze die mogen uittesten. Dat zelf nadenken, knutselen, en iets willen bereiken vind ik mooi. Er heerst absoluut geen zesjescultuur; men is gedreven voor het tentamen, maar zeker ook daarbuiten.’

Beste eigenschap?

‘Ik ben resultaatgericht, ik laat me niet van mijn doel afbrengen. Ook ben ik positief ingesteld en kan ik mensen enthousiasmeren en inspireren. En ik heb veel energie, daar heb ik geluk mee.’

Minst goede eigenschap?

‘Ik vind veel leuk, en zeg vaak ja. Ik ben daarbij optimistisch over hoe lang dingen duren, waardoor ik nog weleens in tijdsproblemen komt. Verder heb ik de neiging om over te veel dingen heel enthousiast te zijn.’

Welk onderwerp hoort volgens u hoog op de politieke agenda?

‘Het onderwijs. Veel meer dan nu moet er een klimaat komen waarin we uit iedereen, op elk niveau, het maximale kunnen halen. Investeren in onderwijs is essentieel voor de toekomst van ons land. Een tweede onderwerp ligt wat mij betreft aan de onderzoekskant: techniek is al jaren een ondergeschoven kindje, al gaat het langzamerhand de goede kant op. Iemand is ‘maar’ een ingenieur. Tegelijkertijd lijkt men niet te beseffen dat we deze technici hard nodig hebben voor het oplossen van wereldissues, zoals de klimaatproblematiek. Veel meer waardering dus voor de ingenieur!’

Inspiratiebron?

‘Diverse personen eigenlijk. Mijn promotor, Piet Wesseling, omdat ik de manier bewonder waarop hij omging met de materie. Daarnaast: mijn oma. Zij heeft tot haar 65-ste gewerkt, heeft stoere dingen gedaan en is ook nog eens superaardig. En tot slot rector magnificus Karel Luyben, vanwege zijn inspirerende visie op het besturen van een universiteit.’

Levensfilosofie?

‘Probeer zoveel mogelijk uit het leven te halen.’

 

© 2012 TU Delft

Metamenu