Boudewijn Ambrosius
Boudewijn Ambrosius
Naam?
Prof. ir. B.A.C. (Boudewijn) Ambrosius.
Functie?
Leerstoelhouder Astrodynamica en Ruimtemissies. Tevens afdelingsvoorzitter Space Engineering.
Privé?
‘Ik ben getrouwd, zonder kinderen. Op 1 september mocht ik mijn veertigjarig jubileum bij de TU Delft vieren, op 8 september waren mijn vrouw en ik veertig jaar getrouwd.’
Favoriete vrijetijdsbesteding?
‘Mijn werk is mijn hobby, dus buiten kantooruren lees ik graag vakliteratuur. Ook de krant neem ik uitgebreid door, mijn belangstelling omvat ook terreinen als astronomie, politiek en economie. Vroeger deed ik aan tennis, tegenwoordig wandel ik veel. Ik heb diverse keren de vierdaagse van Nijmegen gelopen, 4 x 40 kilometer. Elke zondagochtend ga ik met een vriend lopen, en dat probeer ik vol te houden. Verder hou ik van reizen; voor mijn werk, vanwege de internationale contacten, maar ook privé. Mijn vrouw en ik hebben veel vrienden in buitenland, waaronder in Roemenië. Maar we genieten ook dichterbij huis, in Frankrijk bijvoorbeeld, en in de grote steden. Ook favoriet zijn onderhoud plegen aan ons huis en knutselen. Ik ben graag bezig, ik hou niet van tv-kijken en zappen. Ik luister liever Radio2, die heb ik altijd aanstaan. Oh ja, en ik mag graag een sigaartje roken.’
Mooiste gebeurtenis uit uw carrière?
‘Dat zijn er meerdere. Als ik terugkijk op wat me geënthousiasmeerd heeft voor mijn loopbaan, dan kom ik uit bij het Crustal Dynamics-project in de VS in de jaren ’80. Via mijn Amerikaanse collega’s raakte ik betrokken bij een grote internationale club die zich bezighield met GPS-metingen voor aardwetenschappelijk onderzoek. Er ging een wereld voor me open, met uiterst spannende ontwikkelingen op het gebied van extreem nauwkeurige satelliet-baanberekeningen! Sindsdien is GPS altijd een rode draad in mijn carrière gebleven. Als je het hebt over een echt ‘aha’- moment, dan was dat in 1986, toen we de LAGEOS-1 satelliet volgden. Alles ging prima, totdat de berekende baan steeds slechter bij de metingen ging passen. Ik weet het nog goed: dat was op 9 april, mijn verjaardag. Na weken van puzzelen kwam ik erachter dat de satelliet een zonsverduistering had meegemaakt, waardoor de stralingsdruk even wegviel. Als gevolg hiervan week de satelliet elke week een meter verder van haar originele baan af. Die ontdekking was een euforisch moment.’
Leukste aan uw werk?
‘Dat varieert, en is tijdsafhankelijk. Toen ik hier ooit als student begon, had ik een grote interesse in hoe satellieten bewegen. Al snel werd mijn enthousiasme opgemerkt door de toenmalige medewerker Karel Wakker, die ook met dat thema bezig was. In september 1971 werd ik aangesteld als student-assistent, en dat was een geweldige tijd. Vooral onderzoek en rekenen met computers vond ik het leukste. Dat laatste is nog steeds een passie en is iets wat ik graag thuis doe. Later, in 1985, werd ik Universitair Hoofddocent, en nog later, in 1993, hoofd van de sectie Astrodynamica en Satellietsystemen. Omdat ik ‘dorpsoudste’ was, nam ik daarmee de plaats over van prof. Wakker. Dat leek een logische keuze, maar in het begin vond ik het managen nogal afleiden van mijn passie. Toch ben ik dat aspect in de loop der jaren meer gaan waarderen. Nu vind ik juist die omgang met studenten, collega’s en promovendi fantastisch. Ze zijn jong, slim en enthousiast, en ik probeer hen bij te houden. Mijn belangrijkste rol is die van facilitator. Tot slot vind ik ook het reizen dat bij mijn functie hoort, heel plezierig: je komt op andere plaatsen, je ontmoet andere mensen. Je stapt even uit je kleine TU Wereld en kunt in andere keukens kijken.’
Grootste uitdaging op dit moment?
‘Dat is toch wel dat ik een goed einde aan mijn carrière wil maken. Over 2,5 jaar hoop ik met pensioen te gaan, en afbouwen is ontzettend moeilijk. Mijn werk is mijn leven en het valt niet mee daar een punt achter te zetten. Ik zie dan ook nog niet hoe ik de tijd na mijn pensionering moet invullen. Je kunt als emeritus een kamer aanhouden op de faculteit, dus misschien doe ik dat wel. Daarnaast wil ik mijn groep zo gezond en welvarend mogelijk achterlaten. Daar ben ik nu al mee bezig.’
Waarom Delft?
‘Al vanaf mijn prille jeugd was ik geïnteresseerd in ruimtevaart. Na de middelbare school ben ik daarom de opleiding vliegtuigbouwkunde gaan doen aan de TH Delft. Iets beters was er toen niet, maar ik hoopte dat dit de opstap zou zijn naar wat ik echt wilde. Dat lukte, en uiteindelijk ben ik zelfs in Delft gaan werken. Eigenlijk heb ik nooit overwogen om de stap naar het buitenland te maken. Nu is dat bijna vanzelfsprekend, maar zeker in mijn begintijd hier was dat niet de mentaliteit. Italië was toen al ver! Er was bovendien geen geld om te reizen, er was een levendige internationale correspondentie per brief. Pas toen er Amerikaanse projecten van de grond kwamen, kwam er budget vrij. Zo heb ik een tijd bij het Jet Propulsion Laboratory in Californië kunnen werken. Daar had ik best willen blijven, maar dat kon niet. Anderzijds leerde ik zaken waarmee ik in Delft een vernieuwingsslag kon maken, en dat motiveerde ook! Zo rolde ik in Delft geleidelijk aan door mijn carrière. Terugkijkend voel ik me bevoorrecht dat ik aan deze faculteit mag werken. We hebben een plezierig team, er is een grote saamhorigheid en de taken zijn zodanig verdeeld dat iedereen doet waar hij goed in is. Dat geeft een goed gevoel.’
Beste eigenschap?
‘Ik ben een echte ingenieur, met een goed analytisch vermogen. Ik kan snel en intuïtief dingen doorzien, zowel in mijn vak als op sociaal gebied. Daarbij ben ik tamelijk naïef, waardoor ik weinig vooroordelen heb. Ik hou van humor en neem zaken graag met een korreltje zout. Verder ben ik een optimistisch mens en voel ik me snel betrokken, al kan dat ook een valkuil zijn. Van collega’s hoor ik dat men mij als een mensenmens ziet, en dat vind ik fijn. Ik hou van een goede, sociale sfeer. Mijn deur staat altijd open voor mensen die hun privéverhalen en dagelijkse belevingen willen delen.’
Minst goede eigenschap?
‘Ik ben geduldig, maar ook ongeduldig. Zo kan ik niet tegen gezeur. Ook ben ik allergisch voor formaliteiten en procedures, en dat laat ik zonodig weten ook. Soms vind ik het moeilijk om keuzes te maken. Veel mensen willen wat van mij, en ik moet dan weleens zaken aanpakken die ten koste gaan van andere belangrijke zaken. Ik ben daarin niet altijd voorspelbaar, maar zo is het nu eenmaal. Structureren en plannen zijn niet mijn sterkste kanten! Datzelfde geldt voor het schrijven van stukjes, daar heb ik echt een hekel aan. Dat doet me denken aan het schrijven van opstellen op de middelbare school.’
Welk onderwerp hoort volgens u hoog op de politieke agenda?
‘Het politieke circus is een groot toneelspel. Microzaken worden groot uitgemeten, terwijl er met macrozaken niets wordt gedaan. Wat mij betreft mag de politiek beginnen met het dereguleren van het onderwijs. Er zijn veel te veel managers en adviseurs, en hun afstand naar de werkvloer is veel te groot. Nederland pretendeert bovendien een kennisland te zijn, innovatief te zijn. Maar kijk je naar de geldstroom, dan is het tegengestelde waar!’
Inspiratiebron?
‘Nieuwsgierigheid is mijn grootste drijfveer. Ik ben van nature geboeid door de ruimtevaart, die fascinatie zit in de genen. Daarnaast was professor Wakker wel mijn inspiratiebron. Hij lag in kennis een aantal jaren voor op mij. Ik heb veel van hem geleerd, later vulden we elkaar goed aan, met groot wederzijds respect.’
Levensfilosofie?
‘Volg je passie. Wees geen carrièrejager die voor het grote geld gaat. Doe iets waarvan je geniet, en waarin je je ei kwijt kunt. Maak iets van je leven, met een goede mix van plezier en nut. Belangrijke spelregels zijn daarbij: heb respect voor anderen en breng zelf ook eens een offer.’



